Willem Baron van Dedem: TEFAF en Maastricht horen bij elkaar

Ter nagedachtenis; Interview Maart 2012

Auteur: Jo Cortenraedt
Zondag 29 november 2015

Gisteren bereikte ons het droevige nieuws dat Willem Baron van Dedem, president van de TEFAF Maastricht is overleden. Ter nagedachtenis publiceren wij het interview dat Jo Cortenraedt in 2012 met hem had.

De TEFAF-organisatie kent drie lagen in de leiding. Daar is de Board of Trustees, een soort Raad van Commissarissen met een adviserende rol, waarvan Willem Baron van Dedem president is. Dan is er het Executive Committee, in feite het bestuur dat de lijnen bepaalt met Ben Janssens als voorzitter. En dan is er nog het Management, dat alles uitvoert wat door het bestuur bedacht is. Daar is Paul Hustinx directeur van. Willem Baron van Dedem treedt zelden op de voorgrond, zoals het een ‘commissaris’ betaamt. Hij heeft vooral een diplomatieke rol maar heeft toch een behoorlijke invloed. En opvallend, hij is geen kunsthandelaar maar verzamelaar. En wat voor een!

De inmiddels 82-jarige eminence grise van de TEFAF-organisatie woont tegenwoordig in een prachtig huis in Londen, maar is afkomstig uit Brabant. Studeerde rechten en was onder meer directeur van SHV Holdings. In 1969 deed hij een geweldige uitvinding, een speciale creditcard voor vrachtwagenchauffeurs, onder de naam UTA. Tot op de dag van vandaag wordt die gebruikt, bij elk tankstation en wegrestaurant is het bordje UTA te zien. Het is een enorm succes geworden en Van Dedem heeft daar de vruchten van geplukt. 

 Willem Baron van Dedem heeft een adellijke uitstraling, spreekt voornaam maar niet bekakt en is buitengewoon voorkomend. Dat kunst een zo grote rol in zijn leven zou gaan vervullen, had hij in zijn jonge jaren nooit gedacht. „Ik was rond de dertig toen mijn toenmalige baas me uitnodigde voor de kunstbeurs in Delft. Ik kende het niet, had eigenlijk ook geen interesse, maar uit beleefdheid zijn mijn vrouw en ik toch maar gegaan. Het werd een openbaring. Ik zag schilderijen en meubels die mijn hart verwarmden. Het heeft me nooit meer losgelaten. Maar ik was er niet op ingesteld, ik kon die mooie kunst ook niet betalen. Langzaam ben ik begonnen met een eerste schilderijtje voor drieduizend gulden. De handelaren Evert Douwes en Evert de Boer hielpen me een beetje op weg. Nee, een echte verzamelaar was ik zeker nog niet. Het is een heel lang proces geworden. Als ik een paar schilderijtjes had, ruilde ik die in tegen één betere.”

Collectie

„In de loop der jaren ben ik me gaan richten op de periode laat zestiende, eerste helft zeventiende eeuw. En allemaal echt oer-Hollands. Schilders als Pieter Claes en Jan van Capelle. Vlaamse schilderijen ook. Maar dus niet uit de tweede helft van de zeventiende eeuw, toen de schilderkunst barokker werd. Ik heb helaas geen Pieter Breughel de Oude. Wel een Pieter Breughel de Jonge en ook werk van Jan Breughel. En van Jacob Ruysdael, van Jan van Goyen, van Salomon Ruysdael, vorig jaar nog op TEFAF gekocht. Het zijn vooral landschappen en stillevens die ik verzamel. Uitgangspunt is kwaliteit, zonder enige twijfel. Ik koop nu veel minder dan voorheen. Ik heb een soort verzadigingspunt bereikt, dat heeft met mijn leeftijd te maken. De collectie is ook steeds beter en completer geworden. Maar ja, het kan toch zijn dat, als ik straks op TEFAF loop, de verleiding weer groot wordt. Soms zie je iets, waarvan je denkt: dat heb ik nog niet en het past wel in mijn collectie. Soms kom je iets tegen tot je eigen verrassing. Dat is het mooie van deze beurs, je komt voor een zilveren kandelaar en je gaat met een houten sculptuur naar buiten. Het is de inspiratie van het moment, gevoed door zo’n enorm aanbod. Dat is een deel van het plezier.”

Pictura

Van Dedem kent de geschiedenis van TEFAF Maastricht als geen ander. „In 1975 kwam ik naar de eerste beurs in Maastricht. Dat was Pictura in de Eurohal. Daarvoor was er alleen Delft met enkel Nederlandse kunsthandelaren. In Maastricht ontmoette ik voor het eerst handelaren uit Engeland, Amerika en Duitsland. Dat verbreedde mijn horizon geweldig. Ik was al vaak in Londen geweest, maar je gaat niet zo gauw een galerie binnen als je er niemand kent. Op een beurs kom je sneller in contact met die mensen en vanaf dan worden het je kennissen of zelfs vrienden. Dus door Pictura werd de wereld voor mij als verzamelaar groter.”

Veiling

Hij maakt een vergelijking met kopen op veilingen, wat hij ook meermaals gedaan heeft. „Een beurs van een importantie als Tefaf heeft voor verzamelaars een geweldige aantrekkingskracht. Zo’n tachtig procent van wat op dat moment op de markt is, kun je er vinden. Je kunt vergelijken. Terwijl er op een veiling bijvoorbeeld maar vijf schilderijen worden aangeboden. Er is geen vergelijking mogelijk en er is ook geen garantie over de staat waarin het schilderij verkeert. Het feit alleen dat het van een beroemde schilder is, zegt niet alles.

Voor mij als verzamelaar is dat heel belangrijk. Is het schilderij goed geconserveerd, is het niet overgerestaureerd? Het moet wel van de hand blijven van de meester zelf, niet van het restauratieatelier.
De veilinghuizen hadden vroeger een heel lage fee, maar nu is dat al 25 procent en er wordt van twee kanten betaald, de koper en verkoper. Met dat geld hebben ze veel in onderzoek en in public relations kunnen steken. Voor individuele handelaren is het niet gemakkelijk om tegen al dat geweld op te boksen. Daarom is een beurs voor handelaren een goed wapen, temeer daar je het voordeel hebt van een groot aanbod.

Het is ook fijn dat je redelijk anoniem kunt rondlopen en niemand je lastig valt. Dat anonieme is nu voor mij een beetje lastig, maar toch, je voelt je vrij. Je kunt erover praten, erover nadenken, teruggaan. Soms ben je te laat, dan was iemand anders je voor, dat is me ook al gebeurd. Maar dat hoort erbij.

Op een veiling is het een snelle beslissing. Mensen raken opgewonden en gaan tegen elkaar opbieden. Je ziet dan wel eens gebeuren dat er een veel hogere prijs uitkomt dan bij een handelaar. Op een beurs krijg je als koper eigenlijk meer waar voor je geld. En je vindt soms enigszins soortgelijke schilderijen. Dan kun je nog eens naar de prijzen vragen.”

Toekomst

Wilem Baron van Dedem is optimistisch over de toekomst van TEFAF. „Voor de handelaren is deze beurs onmisbaar. Belangrijk is dat de handelaren erin blijven slagen om goede topstukken te brengen. Want mensen met geld zullen er altijd blijven. Ik herinner me een van de eerste jaren dat ik in een stand was op de beurs en vroeg of ik een schilderij bij daglicht kon zien. Ik liep ermee over de gang en alle handelaren die niks te doen hadden, zeiden: ‘Daar is een klant, misschien komt ie ook bij ons’. Moet je kijken wat een drukte het nu geworden is. Ik denk dat Nederlanders een dergelijk evenement goed kunnen organiseren omdat we open staan naar de wereld. In de Board of Trustees hebben we al zeven nationaliteiten. Op de beurs nog veel meer. Hier in Londen op de beurs hebben ze een diner voor buitenlandse handelaren. Wij niet, want wij hebben handelaren, punt. Geen buitenlandse handelaren. Dat is een sterk punt van Nederlanders. Wij zijn echt internationaal.”

Maastricht

Dat de beurs in Maastricht ontstond, is voor Van Dedem nog niet zo vreemd. „Sommige handelaren wilden niet verder in Delft. Toen moesten ze zo ver mogelijk in Nederland opnieuw gaan beginnen. Dan kom je al gauw in Maastricht uit. Gelukkig, het blijkt een goede keuze. Een prachtige historische en Bourgondische stad, vlakbij Duitsland, België, Frankrijk. Een ideale ligging. Wij zijn met Maastricht groot gegroeid en we gaan met Maastricht verder.

Het geheim van de beurs is overigens niet de stad, maar het internationale karakter van de beurs. En belangrijk is dat we geen organisatie zijn met winstoogmerk. Het geld dat overblijft, investeren we opnieuw in de beurs. Omdat het een beurs van de handelaren zelf is. Opvallend is dat de vierkante meterprijs bij ons een stuk lager ligt dan bij andere grote beurzen. We hoeven geen dividend te betalen. We zijn succesvol, redelijk in prijs, dus iedereen wil komen. We hebben een enorme wachtlijst, dus kunnen we een topselectie maken, puur op kwaliteit. Want we hoeven geen winst te maken. Per jaar haakt maar of twee of drie procent af door natuurlijke oorzaken. We hebben weinig mogelijkheden om nieuwe mensen te vragen.”

President

Van Dedem is al vijftien jaar president van TEFAF. Een functie die hij met gepaste trots en verantwoordelijkheid bekleedt.

„Voorheen was ik alleen bezoeker. Ik had in de beginjaren nooit gedacht dat dit zou uitgroeien tot de allerbelangrijkste beurs ter wereld. Waarschijnlijk was het een handig idee om een verzamelaar te vragen als president. Mijn zakelijke en juridische achtergrond is anders dan van de meeste handelaren, maar juist daarom kan ik behulpzaam zijn. En ik heb hier echt vrienden gemaakt, ook al gaat het inmiddels om een grote organisatie waar veel geld in omgaat. Ik bemoei me niet met de dagelijkse leiding, daar hebben we uitstekende mensen voor. Maar op de achtergrond denk ik mee. Zo heb ik Ben Janssens destijds voorgesteld als nieuwe voorzitter. Daar heb ik tot op de dag van vandaag geen spijt van.”

Hij wijst er ook op dat TEFAF niet alleen de beurs in Maastricht organiseert en de kleinere, nationale beurs PAN Amsterdam. „We doen ook aan goede doelen zoals het kankeronderzoek van het AZM en het Museum aan het Vrijthof.”

De TEFAF-president wijst ons op een schilderij, een landschap. „Je ziet dat de meester hier hulp heeft gekregen. Die bossage is door leerlingen gedaan, zodat de meester zich met de figuren kon bezighouden. Dat huidige sterrendom rond die schilders, dat was in hun eigen tijd niet. Het waren ambachtslui zoals timmerlieden. Er moest brood op de plank komen, en dat lukte lang niet altijd in voldoende mate. Bizar dat hun werk zo lang na hun dood zoveel geld opbrengt. En dat ik er zoveel voor moet betalen, omdat ik het zo mooi vind.”

 

 
vorige artikel volgend artikel

Lees ook

LIMBOURGEOIS

Jo Cortenraedt rapporteert over het goede leven in Limburg.

Bekijk de laatste aflevering(en) van Limbourgeois!