Jaguar XE, een echte rijdersauto

Nieuwste model misschien wel de best sturende auto in z’n klasse

Vrijdag 23 oktober 2015

Tekst: Xavier Maassen

Jaguar heeft hoge verwachtingen voor de nieuwe XE. De missie is om een echte concurrent te worden van de BMW 3-serie, de Mercedes C-klasse en de Audi A4. Kortom, de lat ligt hoog. Vergeet de vorige, halfslachtige poging met de X-type maar, Jaguar heeft kosten noch moeite gespaard: een eigen platform, achterwielaandrijving en een vanaf een wit vel papier ontwikkelde tweeliter dieselmotor. Is de missie van het merk met het roofdier gelukt?

De buitenkant ziet er erg mooi gevormd uit met een uitgekiende combinatie van sportiviteit en elegantie. Het koetswerk is voor 75% opgetrokken uit aluminium. Jaguar streefde naar een stijf maar licht chassis en wilde het totaalgewicht onder de 1,5 ton houden. Jaguar liet zich verder niet verleiden om een voorwielaangedreven wagen te maken. Net zoals de 3-reeks en de C-Klass zorgt de keuze voor de achterwielaandrijving voor een evenwichtig en dynamisch rijgedrag, al heeft het ook zo z’n gevolgen voor de ruimte achterin en de koffer. Onder de motorkap zien we geen Ford-diesels meer terug. Jaguar, nu in handen van Tata, ontwikkelt en produceert nu zelf zijn dieselmotoren. Dat geeft in de XE een 2.0 turbodiesel met 163 pk of 180 pk. Bij de benzinemotoren krijg je de keuze uit een 2.0 viercilinder van 200 of 240 pk en een drieliter V6 met compressor van 340 pk voor de S-versie.

De XE is een echte rijdersauto. Als bestuurder word je dan ook verwend met een goede zithouding, een smaakvol dashboard en je wordt ‘omringd’ door een chique speedboot-achtige rand die we kennen van zijn grote broer, de XJ. De overige passagiers, vooral die achterin plaatsnemen, hebben minder ruimte. Zowel het ontwerp als de keuze voor de aandrijving stonden boven de praktische aspecten. Jaguar beweert dan ook dat het een van de meest dynamische berlines in zijn segment is. En dat klopt helemaal. Het rijgedrag is echt heel goed en leunt dicht tegen de sportieve F-type aan. Balans en evenwicht kenmerken het chassis dat aanzet tot dromen. Daarboven is ook de elektrisch aangedreven besturing erg precies, nauwkeurig en met veel gevoel. De comfortabele Mercedes rijder zal het wellicht te sportief vinden, maar de dynamische BMW rijder is hiermee in zijn nopjes. Motorisch had ik meer van de Jaguar verwacht. Niet zozeer qua prestaties van de diesel, maar wel op het vlak van verfijning. De motor is meer dan duidelijk hoorbaar in het interieur en dat past niet echt bij een ‘Jag’.

Een van de andere sterke argumenten die spreken voor de kleine XE is zijn prijs. In België is hij al verkrijgbaar vanaf 34.990 euro en in Nederland voor 39.900 euro. Met een merk als Jaguar rijd je voor dat geld dan toch wel in een luxe bolide met stijl en allure. Standaard is de XE voorzien van 17” velgen, duozone airco, touch scherm van 8 inch en nog veel meer. De talrijke opties drijven de prijs echter al snel boven de 50.000 euro, maar dat mag niet verbazen in het premium segment.

De XE is geboren onder een goed, enthousiast en dynamisch gesternte, dat staat buiten kijf. Voor wie op zoek is naar een sportieve wagen met anderhalve ton aan charisma en wie weg wil blijven van het eeuwige Duitse trio is bij de XE aan het juiste adres. De auto maakt een zeer degelijke, uitgebalanceerde en solide indruk en qua rijeigenschappen is het misschien wel de best sturende auto in z’n klasse. Het succes van de XE zal vallen of staan met de bereidheid van de consument om eens uit de comfortzone te stappen.

 

 

 

 

Lees ook