Innoverend beleid maakt Modemuseum Hasselt populair

Vrijdag 29 augustus 2014

Het Modemuseum in Hasselt staat steeds meer in de picture. Het vierde onlangs zijn bronzen jubileum met de ‘Collectie #02(5)’ - die wegens succes verlengd wordt tot 2 november-, kreeg een regionale erkenning van de provincie Limburg en haalt de topexpo 'Hello, my name is Paul Smith' binnen. De afgelopen vijf jaar is het bezoekersaantal gestegen met 50 procent tot gemiddeld 36.000 bezoekers per jaar. “We worden nu vergeleken met het Modemuseum in Antwerpen, wat drie keer meer bezoekers heeft. Dat is voor ons een mooie erkenning,” aldus directeur Kenneth Ramaekers.

 

Het succes van het museum is mede te danken aan het innoverende beleid van Ramaekers. Hij werd in 2009 aangesteld na een teleurstellend bezoekersaantal van nog geen 19.000 in het voorafgaande jaar. Met de komst van Ramaekers waaide er een nieuwe wind door het museumbeleid. “Ik wilde het groter en breder aanpakken. Het museum was heel historisch en gericht op cultuur. Een beetje stoffig. Het moest moderner: meer gebruik van beeld en andere multimedia, en zeker niet onbelangrijk, meer contact met lokale ontwerpers. Uit de provincie Limburg komen zo veel succesvolle en bekende ontwerpers, denk aan Martin Margiela en Raf Simons. Het is zonde om daar niets mee te doen.” Zo ging het museum de samenwerking aan met Fashionclash (Maastricht) en Designmetropole Aachen om een platform te creëren en zo de modesector binnen de Euregio Maas-Rijn te versterken. Dit project, genaamd Fashion Across Borders (FAB), begon in 2011 met een FAB-store in Hasselt waar een lokale ontwerpster haar collectie verkocht. “Mensen zijn gevoelig voor ontwerpers uit de regio en willen dan ook graag wat meer betalen om hun collecties te komen bekijken.”

Modemuseum Hasselt wil zich onderscheiden
Door de erkenning van de provincie wordt het beleid van Ramaekers gestimuleerd. “We kunnen nu iets extra's doen.” Het huidige budget van het Modemuseum Hasselt bedraagt 650.000 tot 700.000 euro. Voor de erkenning was de subsidie 12.500 euro per jaar. Nu geeft de provincie Limburg 100.000 euro per jaar, dat scheelt 15 procent van het budget. “Het lijkt misschien niet veel in vergelijking met bijvoorbeeld het Modemuseum in Antwerpen, maar voor ons zijn alle kleine beetjes mooi meegenomen. Ik vind het extra mooi dat wij dit bedrag krijgen, terwijl de overheden overal op besparen,” vertelt Ramaekers. Wederom wordt de vergelijking gemaakt met Modemuseum Amtwerpen. Ondanks dat het museum in Antwerpen veel groter is – met een groter budget en en groter tentoonstellingsoppervlakte –, doet het modemuseum in Hasselt niet onder qua bekendheid. Volgens Ramaekers is Modemuseum Hasselt het tweede bekendste van heel België. “Wij willen ons wel gaan onderscheiden. Antwerpen linkt veel met de modeacademie in dezelfde stad. Onze focus ligt meer op historische achtergronden met grote namen uit de modegeschiedenis: voornamelijk ontwerpers uit de euregio. Zo hebben we tentoonstellingen gedaan van onder andere Balmain. In de toekomst proberen we samen te werken met jonge ontwerpers door middel van FAB en samenwerkingen met de modevakscholen.”

Het perspectief voor de toekomst is zeer positief. Het museum wil volgens Ramaekers vaste en tijdelijke tentoonstellingen laten zien. Te beginnen met de Paul Smith- tentoonstelling. “ Deze expo trok in het design Museum in Londen meer dan 113.000 bezoekers. We zijn de enige locatie op het Europese vasteland waar de expo naartoe gaat op dit moment, want na ons zal ze doorreizen naar Singapore en Tokio. De expo geeft een inkijk in de fascinerende wereld van één van de grootste Britse ontwerpers aller tijden. De expo ‘Hallo, Mijn naam is Paul Smith’ zal ook een heel stuk groter zijn dan in Londen (400 vierkante meter) en vooral op onze vraag nog meer mode bevatten. Paul Smith is enorm betrokken bij het project en maakt speciaal voor ons de keuzes van alle silhouetten zelf.” De tentoonstelling is te bezoeken vanaf 30 januari 2015.