Is er nog een leven na het WK voetbal?

De wekelijkse zaterdagblog van Jo Cortenraedt

Zaterdag 21 juni 2014

Ik vertoef elke dag in minimaal twee landen, Nederland en België. In tijden van het WK voetbal ging je bij vorige WK toernooien dan van oranje versierde straten naar straten (over de grens) die er gewoon uitzagen zoals elke andere periode van het jaar, zonder vlaggen. Dan spreek ik dus over al die WK toernooien dat België niet meedeed. Maar dat is nu dus anders. Dacht ik eerst dat de Belgen veel bescheidener waren dan de ‘Ollanders’ en ook wat ingetogener, nou, dat valt wel mee moet ik u zeggen.

Ik rij van de oranje dorpen en straten naar de zwart-geel-rode woongebieden. En minstens een keer in de week kom ik ook in Duitsland, en dan zien we dus ook zwart-rood-geel. De Duitsers doen altijd mee, dus dat waren we gewend. De kleuren liggen bij de Duitsers horizontaal, bij de Belgen staan ze verticaal. Bij de auto’s moet je goed op de nummerborden letten. Zijn ze nou voor de Duitsers of voor de Belgen. Dat is weer het voordeel van Oranje, daar is er maar eentje van op het WK.

De Nederlanders schreeuwen traditiegetrouwd hard dat ze kampioen worden, daarmee alle wetenschap en statistieken verloochenend, want het WK hebben ze helaas nog nooit gewonnen, al scheelde het drie keer niet veel.

Maar de Belgen, die toeteren nu even hard. Een zee van vlaggen, vlaggetjes, ‘handschoenen’ voor op de buitenspiegels, sjaals en wat dies meer zij, kom ik tegen. Een verschil met Nederland is dat ze in België nauwelijks vlaggenmasten aan de huizen hebben. In Nederland zie je het rood-wit-blauw nog veel aan zijn fraaie stok hangen, in België hangen ze bij gelegenheid de vlag uit het raam. Alsof de lakens gelucht moeten worden.

We gaan zien waar alles het langste blijft wapperen. Nederland, België of Duitsland. Maatschappelijk gezien heeft het WK in België de grootste impact. Want, wat de politiek daar niet lukt, dat blijkt door het Wereldkampioenschap wel mogelijk: Vlaanderen en Wallonië staan nu niet met de rug naar elkaar, maar schreeuwen en zingen samen voor de Rode Duivels. Ineens is het dan toch één land. Zelfs de Vlaamse roerganger Bart de Wever begrijpt dat het toch wel handig is dat er ook een paar goede Waalse spelers meedoen. En bij het Vlaams Blok willen ze zelfs die paar ‘gekleurde’ spelers door de vingers zien, als ze maar bijdragen aan een goed resultaat voor ‘ons België’.

Sport verbroedert, het is warempel in dit geval ook nog zo. Hoewel, ik vind het wel een aanslag op het sociale en maatschappelijke leven. Wat je ook wil doen aan activiteiten, je moet elke dag rekening houden met de vraag wie tegen wie speelt. En anders kun je geen zakelijke afspraak maken, geen evenement organiseren of met de familie iets leuks doen. Alles wordt gedomineerd door het voetbal, inclusief alle voorbeschouwingen en analyses achteraf. Ik probeer het zelf te beperken, omdat ik er anders een leeg gevoel van krijg. Als Nederland speelt, kijk ik, hoewel het toch kan zijn dat ik nog iets om te lezen in de buurt heb, voor de dode momenten. Als België speelt bijna hetzelfde, hoewel ik dan ook nog wel eens de keuken in duik om te zien of er niks aanbrandt ondertussen. En bij de Duitsers opereer ik vanuit de keuken en kijk dan naar de herhalingen van hun goals. Zodoende hou ik toch nog genoeg tijd over voor andere zaken, omdat er naar mijn idee ook nog leven is na het WK. En o ja, ik heb geen vlaggenmast en uit de ramen hangen we zo af en toe een laken, om te luchten.  

 

Jo Cortenraedt  

Lees ook

NIEUWSBRIEF

Ontvang nu wekelijks een update over het goede leven in het zuiden.