Luik geeft cultureel voorbeeld

Cultuur over de grenzen blijft noodzakelijk

Woensdag 2 oktober 2013

Deze week is het nieuwe Théâtre de Liège opengegaan, als opvolger van Théâtre de la Place. Het heeft vele jaren geduurd, maar Luik heeft nu in een nieuw, althans volledig gerestaureerd gebouw, een prachtige theaterzaal voor toneel, cabaret en dergelijke. Jawel, dat hebben we in Maastricht, Heerlen, Sittard en Venlo ook, om maar eens wat te noemen. Zou je zeggen. Maar in Luik hebben ze naast dat nieuwe theater, ook nog een aparte, helemaal gerestaureerde opera van internationale allure. En ook nog eens een apart concertgebouw voor het Luiks symphonie-orkest. Dus drie grote cultuurhuizen voor podiumkunst in één stad. Naast nog een boel kleine theaters, filmcomplexen en musea, zoals het ook onlangs volledig gerestaureerde Le Grand Curtius.

Luik heeft de afgelopen jaren een duidelijke ambitie geformuleerd en waargemaakt: maak cultuur tot een economische peiler van de stad en investeer daarin. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze daarbij slim gebruik hebben gemaakt van forse subsidies van de Europese Gemeenschap, de Waalse deelregering en de Provincie Luik. Maar ze hebben het toch maar gedaan. Luik heeft nu een cultuuraanbod waar je U tegen zegt, en waar geen enkele stad in Nederlands of Belgisch Limburg tegenop kan. Nu heeft Limburg ook geen stad van 200.000 inwoners, maar toch.

Natuurlijk kent Luik problemen en die zijn ook zichtbaar op straat. Nogal wat zwervers, een hoge werkloosheid, nog veel niet gerestaureerde huizen en soms groezelige straten. Door het verdwijnen van veel industrie is er onder een bepaalde bevolkingsgroep armoede ontstaan. En jarenlang zijn de toelatingsnormen zo soepel geweest, dat ze nu met een probleem zitten met relatief veel kansarme immigranten.

Dus er is nog veel werk aan de winkel. Maar in ieder geval is cultuur benoemd tot een hoofdpeiler en dat zorgt voor leefbaarheid in de stad en ook voor een vestigingsklimaat voor bedrijven. Vooral op logistiek gebied scoort de regio Luik.

Je voelde deze week bij de opening van het nieuwe theater dat de toenadering die er vanuit Nederlands Limburg is gedaan in het kader van Maastricht Culturele Hoofdstad 2018, iets heeft opgeleverd. De banden zijn aangehaald en het was ook verstandig van burgemeester Onno Hoes om bij die opening aanwezig te zijn.

De geluiden vanuit sommige politieke hoeken in Limburg om verder maar niks meer te doen met de ambities van MCH2018, of in ieder geval niets in Euregionale samenwerking, geven aan dat anno 2013 nog altijd niet iedereen hier snapt dat Limburg alleen vooruitgang kan boeken als het internationaal samenwerkt. Niet alleen economisch maar ook cultureel. Die twee gaan steeds vaker samen. Het is dat, of de verwording tot een schiereiland als (natuur)reservaat.

Dus laat nu vanuit Maastricht een initiatief geboren worden (dat hoeft niet ‘Plan B’ te heten), waarbij gezocht wordt naar concrete culturele projecten die in Euregionaal verband kunnen worden opgepakt. Dan is de kater van het verlies van 2018 snel weggespoeld en kan er met een nieuw elan aan dit gebied gewerkt worden. En een serieus deel van de gereserveerde gelden voor MCH2018 kunnen daar heel goed voor gebruikt worden.  

Jo Cortenraedt   

Lees ook