Home > Health > Maartje Paumen

Maartje Paumen

Of Maartje Paumen (30) klaar is voor een derde keer goud met Oranje op de Olympische Spelen? Dat is een vraag die geen enkele ruimte laat voor twijfel. „Ja!” We ontmoeten de ‘Limburgse’ teamcaptain van het Nederlands dameshockeyelftal in haar thuisstad Den Bosch. Ze is mega fit.

IJzersterk afgetraind lichaam in skinny jeans met T-shirt. Mooi stoer, zelfverzekerd koppie. Paumen is net terug van een short break Barcelona. „Mijn trainers verboden me om loopschoenen mee te nemen. Dat vind ik zó moeilijk, hè, even niks doen. Na de verplichte rust staat het vizier nu volledig op Oranje.”

Dankzij jouw beslissende goal werd je met je club Den Bosch landskampioen. Plus: jullie wonnen de Europacup. Dan kom je lekker binnen bij Oranje. „Absoluut. Als je wint, is het heel lekker om verder te gaan. Je zit in een flow. Met de Spelen ben ik natuurlijk al anderhalf jaar bezig. Komende weken vormen het laatste traject. Het is een hele zware, maar mooie tijd. Samen ben je op weg naar dat ene doel. Terugkijkend zijn die weken vlak vóór de Spelen de allermooiste uit mijn sportcarrière. Mooier nog dan de Spelen zelf.”

Welke beelden komen dan als eerste bij je op?

„Ik denk gelijk aan een survival met de Nederlandse mariniers in Alicante. Dat was in aanloop naar de Spelen in 2012. We dachten het Olympisch dorp in Londen te gaan verkennen, maar vlogen naar Spanje om drie dagen te beuken en beunen met weinig eten. Midden in de nacht liepen we vijf uur lang een berg op met vijftien kilo op de rug Het was winter. En wij sliepen zonder tent en dekens bij een haardvuur op de grond.”

En dan denk je niet: ik wil naar huis?

„Ook! Ha-ha! Maar achteraf is het een van de gaafste herinneringen uit mijn leven. Je gaat over grenzen heen, wordt als team voorbereid op de onverwachte momenten. Die staan je tijdens de Spelen ook te wachten. In Londen kwamen we twee keer op achterstand in de halve finale tegen Nieuw-Zeeland. Dat is zó mega spannend. In die wedstrijd hebben we wel honderd keer ‘Alicante!’ tegen elkaar geroepen. Vergeleken daarbij is zeventig minuten hockey peanuts. Dat helpt dan wel.”

Je staat bekend als alleskunner met de beste strafcorner ter wereld. Niet de snelste, maar technisch zeer begaafd. Wat is fysiek je grootste uitdaging nu je niet meer de jongste bent binnen het team?

„Hockeytechnisch en -tactisch maak ik geen grote stappen meer. Maar na vijftien jaar onafgebroken topsport moet ik er absoluut harder aan trekken om fit te blijven. Deze winter heb ik mezelf moeten reseten om voor de Spelen mentaal en fysiek helemaal terug te komen. Ik stapte even uit de hockeywereld om drie maanden met andere trainers aan de slag te gaan. Zes gasten (personal trainers, voedingsdeskundigen en haar mental coach, red.) waren er één op één voor mij. Tsjonge, wat ben ik afgebeuld. Ik trainde twee keer per dag, echt kneiterhad, op een meer crossfitachtige manier. Voelde spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had.” Zie de kiekjes van Paumen op haar I-Phone tijdens een looptraining in de regen op het strand. „Op kerstavond liep ík dus met zware gewichten twee uur lang te beuken in Scheveningen. En dan na afloop met kleren en al vijf minuten de zee in. Dat is mentaal goed hè? Dingen doen waarvan je eerst nog denkt no fucking way.” Ook haar eetpatroon paste ze aan. De koffieverslaafde Paumen ging terug van acht naar drie koppen per dag – „Dat slaapt een stuk beter”. Ze eet nauwelijks nog suiker en veel, echt veel meer groenten en fruit. „Ik onderging echt een transformatie. Op mijn dertigste ben ik sneller en fitter dan ooit. Tenminste, dat blijkt uit alle testen. Twee maanden geleden zat ik al bijna op het niveau van de Spelen in Londen. Met nog twee maanden te gaan zal ik in Rio dus nóg fitter zijn dan toen.”

Je móest terugkomen, zeg je? Was je niet meer sterk genoeg?

„Nee, 2015 was een zwaar jaar voor mij. Ik was het plezier in hockey helemaal kwijt. We wisselden van bondscoach en als captain voelde ik me verantwoordelijk voor het verlies van het EK. Nou ja, verlies, we werden wel tweede. Als je al zo lang als ik vierentwintig uur per dag met sport bezig bent, en het gaat niet goed, heeft dat natuurlijk zijn weerslag. De nieuwe bondscoach (Allyson Annan, red.) zei: ‘Neem tijd voor jezelf en zorg dat je goed en fris bent voor de Spelen’. Ik ging ook niet mee met Oranje naar het Hockey World League Toernooi in december. Als je dan zo fit terugkomt, heb je die tijd goed benut.”

Buitenstaanders zien je als een beest op het veld, een winnaar. Maar daarbuiten, zeg je zelf, ben je heel anders. Gevoelig, met onzekere momenten.

„Ik ben iemand van hoge pieken en diepe dalen. Kan me heel slecht voelen, zoals ook vorig jaar. Al viel het dit keer wel mee hoor in vergelijking bij een eerdere dip die ik na de Spelen in Londen doormaakte. Ik was veel te veel bezig met presteren, had mezelf zoveel druk opgelegd dat ik de dag na de finale echt helemaal klaar was. Ik werd wakker met een gouden medaille en voelde me diep ongelukkig. Echt, heel bizar. Ik ben met een mental coach gaan praten. Een psycholoog die ik nu nog steeds bel als ik me slecht voel. Hij weet alles van me, kent me net zo goed als mijn ouders.”

En wat zegt hij tegen je?

„Dat hangt ervan af. Dat ik niet de enige ben die verantwoordelijk is. Dat het niet erg is om me soms rot te voelen. Het hoort bij mij. Meestal gaat het na een week weer een stuk beter. Ik ben niet iemand die lang bij de pakken neerzit.”

Je groeide op als jongste in een sportief gezin met vier kinderen. Een goede basis voor zo’n winnaarsmentaliteit.

„Ja, het draaide bij ons thuis in Geleen wel om winnen. Op straat voetbalde en tenniste ik altijd tegen mijn broers en hun vriendjes. Ik was de kleinste en moest erg mijn best doen om mee te kunnen. Wilde er toe doen. Elk partijtje kreeg ik wel een paar schoppen waardoor ik de lucht in vloog. Dat maakte me niks uit. Mijn jeugd heeft me gehard: op het veld ga ik voor niets of niemand aan de kant. We waren een echt sportgezin. Op zondagavond Studio Sport kijken. Als Ajax een beklangrijke wedstrijd speelde, versierden we het hele huis rood-wit. Wij hockeyden en tennisten allemaal. Mijn vader en moeder waren allebei coach bij hockeyclub Scoop. Ik vond het spelletje meteen superleuk. Op mijn dertigste verjaardag gaven mijn ouders me een doos met jeugdspullen cadeau. In groep vijf schreef ik al: ‘Als ik later voor het Nederlands elftal hockey speel, ben ik gelukkig’. Zo grappig om terug te lezen.”

Als de meisjes na de wedstrijd een sapje dronken in de kantine, sloeg jij corners met de jongens. Je was geen typisch hockeymeisje.

„De meisjes waren mij niet altijd fanatiek genoeg. Altijd bezig met hun haar en make-up. Niks voor mij. Ik gymde om die reden ook liever met jongens. Op mijn vijftiende ging ik naar de club Oranje Zwart in Eindhoven. Toen werd hockey echt topsport. Ik deed de Havo op St. Michiel in Geleen; huiswerk maakte ik op weg naar het hockeyveld. Het ging me makkelijk af. Ik heb ook niet het gevoel dat ik iets heb gemist. Vriendinnen maakte ik op het veld. En ik ben echt wel op stap geweest. In Eindhoven woonde ik een tijdje met vier meiden op kamers. Een échte topsportmentaliteit kreeg ik pas toen ik bij Den Bosch ging spelen. Als een rustig, verlegen Limburgs meisje kwam ik binnen. Ik was een kat-uit-de-boom-kijk-type. Daar leerde ik harder te zijn en mijn mond open te doen als het moet. Niks mis mee. Met een grote mond kom je uiteindelijk best wel ver.”

In die periode ontdekte je ook dat je op vrouwen valt. Ingewikkeld?

„Niet echt, ik was er voor die tijd gewoon nog niet achter. Het gebeurde, ik werd verliefd op een teamgenoot (Carlien Dirkse, red.) en was heel gelukkig. Dat maakte het minder lastig om te vertellen. Vrienden reageerden meteen heel chill. Mijn ouders hadden iets langer nodig om het een plekje te geven, daarna was het okay. Dat begrijp ik. Ze zijn van een andere generatie, voor hen was het minder normaal. Ik weet dat het voor veel meisjes wel een issue is om ervoor uit te komen. Ze sturen me mails. Door mij durven ze het uiteindelijk toch aan hun ouders te vertellen, schrijven ze. Ik ben er altijd heel open over geweest. Als ik happy ben, mag iedereen het weten.”

En op dit moment ben je happy single?

„Ja, dat is ook wel prettig in deze tijd. Ik kan me helemaal focussen op mijn eigen ding, hoef met niemand rekening te houden. Nou ja, behalve met mijn teamgenoten dan. Het gave van teamsport is dat je niet alleen met jezelf bezig bent, maar ook met een ander. Ik zie mijn teamgenoten van Oranje meer dan mijn eigen familie. We weten alles van elkaar, helpen en stimuleren elkaar om beter te worden. Als ik die meiden als een stel jonge honden zie rennen, krijg ik daar energie van. Zelf ben ik een type leider dat voorop gaat in de strijd. Dat werkt aanstekelijk. Als aanvoerder moet je op de eerste plaats zelf goed spelen. Dan ben je van de allergrootste waarde.”

Je bent twee keer uitgeroepen tot beste hockeyster ter wereld, topscorer aller tijden van Oranje. Hoe glamoures is je leven dan?

„Ha-ha! Als voetballer was ik al lang binnen geweest. Dat is in de hockeywereld helaas heel anders. Er zijn vijf meiden in Nederland die er prima van kunnen leven, en daar ben ik er één van. Ik ben BN’er, treed op in tv-programma’s en word op straat herkend. De ene keer is dat leuk, de andere keer niet. Bekendheid creëer je door je prestatie, het is een soort erkenning. Ik vind het te gek om te zien dat kinderen met een Paumen-tas of -stick rondlopen. Als ik bij Scoop naar mijn twee neefjes ga kijken, sta ik de hele zaterdag handtekeningen uit te delen. De populariteit van hockey gaat omhoog, wachtlijsten bij clubs zijn enorm. Dat komt ook doordat ons nationale team zo goed presteert. Na grote toernooien melden weet ik hoeveel meisjes zich aan bij hockeyclubs met dezelfde droom als ik. Dat is wel leuk, eigenlijk.”

Heb jij, naast het winnen van de Olympische Spelen, nog toekomstdromen?

„Ik zie mezelf ooit wel een koffietentje beginnen, hier in Den Bosch. Die droom staat wel nummer één. Ik houd van mensen, van gezelligheid en van echt goeie koffie. Ik bedoel, zo’n tentje met eigengemaakte cakes en taartjes. Wie weet, ga ik ook nog op wereldreis. Ja, zoals andere meisjes na hun studie doen. Ik ben op heel veel plaatsen over de hele wereld geweest. Je ziet alleen het hockeyveld en als je geluk hebt een paar toeristische higlights. Het echte leven, dat maak je dan niet mee.”

Worden de Spelen in Rio je laatste?

„Ja, maar het is niet per se mijn laatste internationale toernooi. Misschien ga ik door tot en met het WK in 2018, misschien ook niet. Ik vind hockey nu nog zó leuk. Pas als dat niet meer zo is, of als ik het topniveau niet meer aankan, dan stop ik. Ik wil eigenlijk ook helemaal niet te ver vooruitkijken. Dat heb ik afgelopen halfjaar juist geleerd.” Ze liet niet zo lang geleden een tatoeage zetten. „Kijk maar, je mag hem best zien.” Een subtiel mindfullness-symbool tussen haar schouderbladen. „Het staat voor balans, living in the moment. Voor mij wordt dat een grote uitdaging, de komende Spelen. Ik wil iets meer om me heen kijken, genieten van het hier en nu, en van de weg ernaar toe. Alhoewel, vanochtend, dertig shuttles rennen over het veld. Dat is zó geestdodend, zó loodzwaar. Echt, je gaat he-le-maal stuk. Dan denk ik: genieten? Mwah, ja, achteraf!”

Wat drijft je nog als je al zoveel hebt gewonnen?

„Toch de prijzen. De Spelen zijn geslaagd als Oranje goud wint en daar geef ik mezelf tweehonderd procent voor. Het is die minuut voor het laatste fluitsignaal, als je als team beseft dat je gewonnen hebt. Iedereen janken, al die blije koppies. Wat je dan voelt, is onbeschrijfelijk. Topsport is een verslaving, een drug. Hoe vaker je wint, hoe verlavender het wordt.”

show auteur

chapeau TV

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Vraag je
lidmaatschap aan

Toetreden tot de Chapeau Community kan al vanaf €24,50 per jaar. Daarnaast kunt u kiezen tussen een welkomstkorting of een welkomstgeschenk.

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!
Of word lid van onze community.

Menu