Home > Culinair > Maartens Culinair > Prutsen en klutsen met ingekochte druiven

Prutsen en klutsen met ingekochte druiven

De consumentenredactie van de Limburgse Dagbladen dacht een jaar of vijftien geleden op een opmerkelijk fenomeen te zijn gestuit. Op de destijds traditionele Lentebeurs in MECC Maastricht waren tijdens een ‘vergelijkende’ rosétest flessen met onbestemd snoepjeswater – en een hoogst verdacht roestbruin kleurtje – buiten alle verwachtingen om als absolute winnaars uit de bus gekomen. De precieze consumentenprijs per fles herinner ik me niet, maar die moet onder de twee euro hebben gelegen. 

Het ‘nieuws’ kreeg een prominente plek op de voorpagina. Een budgetrosé die de rosé van Domaine Tempier uit Bandol – een van de beste, meest indrukwekkende en derhalve kostbaarste rosés ter wereld – ver achter zich gelaten had, was natuurlijk nieuws van de eerste orde.

Het bericht vertelde slechts de halve waarheid. Wat onvermeld bleef was dat de aan de test deelnemende bezoekers van de beurs na meerdere van het vet druipende, bremzoute versnaperingen wel toe waren aan een verkoelende dorstlesser en de knisperend droge prachtrosé daartoe niet kon dienen. Ze stemden massaal op het plakkerige, goedkope spul, dat in de weken na de publicatie in de krant bij de ‘supermarkt van dienst’ niet aan te slepen viel: iedereen wilde deze ‘winnaar’ met het oog op het aanstaande zonnige weer in huis halen, liefst met dozen tegelijk.  

Gegniffel was zeker een week lang mijn deel op de redactie: kijk, had je daar niet die wijnsnob die er in zijn wijnrubriek Flessentrekken altijd op wees dat het onmogelijk was om voor een paar euro op de eerste rang te zitten?

Ik moest aan het gesmiespel terugdenken toen ik deze week kennismaakte met een rosé van Chateau Amsterdam, een zogenoemde urban winery op een voormalig haventerrein in Amsterdam-Noord. De ‘fresh & flowery’ rosé’, gemaakt van dornfelder en moscatel (een opmerkelijke combinatie!) draagt de naam ‘Poeh, poeh…’ en is voor 7,50 euro te koop bij de HEMA.  Ze hebben er ook een ‘smooth & fruity’ witte, die voor dezelfde prijs wordt verkocht onder de naam ‘He, he…’ .

Ik werd op Chateau Amsterdam gewezen door een collega uit de hoofdstad. Die had erover gelezen in de Volkskrant en maakte uit het verhaal op dat het een hoogst interessant fenomeen betrof. Wat op de keper beschouwd niet zo gek is, want onder de kop ‘Het jongste wijnhuis van Nederland lapt de regels aan zijn laars’, schetst de krant een uitgebreid beeld van een ‘dwarse, hippe, eigentijdse wijnmakerij’ die in verschillende landen van Europa (waaronder Nederland) druiven inkoopt en daarmee naar hartenlust experimenteert door ze op allerlei mogelijke manieren – en ontdaan van alle romantiek – te verwerken tot wijnen met een opvallend laag alcoholpercentage. De druiven voor de ‘Poeh, poeh…’ (volgens de Volkskrant een ‘fris zomers wegdrinkwijntje’ – smaken verschillen!) bijvoorbeeld komen uit Valencia in Spanje en de Duitse wijnstreek Pfalz.

Bij het lezen van de term urban winery was mijn aandacht terstond gewekt. Ook Maastricht beschikt sinds enkele jaren over een wijnmakerij in hartje stad, waar op een ambachtelijke manier wijnen worden gemaakt. Het voornaamste verschil met Amsterdam is dat het merendeel van de druiven die er worden verwerkt – tot misschien wel de beste mousserende wijn van Nederland; de vergelijking met goede Champagnes dringt zich zelfs op – afkomstig is van percelen op de Raarberg in het naburige Meerssen. De wijnstokken van Wijngaard Raarberg worden met liefde verzorgd door de wijnmaker (Ralph Huydts) zelf. Een zorgzaamheid die wat mij betreft goed terug te proeven is in de wijn. Wat het zoveelste bewijs is voor de stelling dat ‘wijn wordt gemaakt in de wijngaard en niet in de kelder’, zoals de Fransen zeggen. 

Chateau Amsterdam werkt volgens een heel ander principe. ‘Het jongste wijnhuis van Nederland’ maakt een hele lijn aan ‘bijzondere’ wijnen met etiketten die – zo te zien – vooral jongeren moeten aantrekken. De goedkoopste blends kosten rond een tientje, terwijl je voor de ‘topcuvées’ een kleine zestien euro moet neertellen. 

Of ze het geld waard zijn? Dat is een vraag die ik van hieruit moeilijk kan beantwoorden, eenvoudigweg omdat ik ze niet heb geproefd. Maar mijn kennismaking met zowel de ‘Poeh, poeh…’ als de ‘He he…’ (gemaakt van trebbiano, riesling, cabernet blanc en macabeo) doet mij het ergste vrezen.

Nu is het opkopen van druiven door wijnhuizen die er zelf wijn van maken allerminst iets nieuws. Het is al helemaal niets om je voor te hoeven schamen. In de Champagnestreek is het vrij standaard. Ook elders in Frankrijk, net als bijvoorbeeld in Duitsland en Italië, heb je coöperaties waar boeren prima samenwerken bij de vervaardiging van wijn die vaak aan hoge tot zeer hoge standaarden voldoet. Zelfs een enkele wijnboer in Limburg maakt opvallend mooie wijnen van gedeeltelijk ingekochte druiven.

De ‘Poeh, poeh…’ en de ‘He, he…’ die Chateau Amsterdam maakt in samenwerking met de wijninkopers van de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, halen – als je het mij zou vragen – zelfs de laagste standaard niet. Ze doen me zelfs denken aan de slobberwijnen – ‘gemaakt van druiven afkomstig uit de hele Europese Unie’ – die voor een habbekrats te krijgen zijn in de supermarkt en aldaar worden verkocht in literpakken. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat je van de geproefde wijnen van Chateau Amsterdam – ze zijn ‘biologisch’ –  vermoedelijk niet snel hoofdpijn krijgt én dat ze anders smaken. Maar dat laatste heeft natuurlijk te maken met het allegaartje aan druiven dat bij de productie van deze wijnen wordt gebruikt.

Rest de vraag hoe het kan dat dit soort wijnen in de hoofdstad van Nederland zo razend populair is? Naar verwachting worden er volgend jaar 160.000 flessen Chateau Amsterdam geproduceerd en de rek schijnt er nog lang niet uit te zijn. Aan de prijs kan het niet liggen, want voor een soortgelijke prijs kun je talloze wijnen uit de nieuwe wereld bemachtigen die veel beter zijn. Een beetje goed rondkijken en je vindt voor 7,50 euro zelfs een bovengemiddelde (lichtroze) rosé uit de Provence.

De gedachte aan die arme Domaine Tempier, die het anderhalf decennium terug op de Lentebeurs in MECC Maastricht ten onrechte moest afleggen tegen die vermaledijde budgetrosé – een gebeurtenis die hardnekkig in mijn brein heeft postgevat – bracht me evenwel op een idee: ik besloot de ‘Poeh poeh…,’ die als gevolg van een langdurig verblijf in de ijskast schreeuwde om een winterjas, te combineren met een frikadel uit een doos die ik standaard in de vriezer heb liggen ‘voor de gaande en de komende’. En wat bleek? De vettige, zoute hap en de volfruitige rosé leken wel voor elkaar te zijn gemaakt!

Een staaltje smaakvervlakking dat ik in mijn stoutste nachtmerries niet verwacht had. Bah, bah…  

show auteur

chapeau TV

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Vraag je
lidmaatschap aan

Toetreden tot de Chapeau Community kan al vanaf €24,50 per jaar. Daarnaast kunt u kiezen tussen een welkomstkorting of een welkomstgeschenk.

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!
Of word lid van onze community.

Menu