Home > Culinair > Maartens Culinair > Oude wijn verdient respect

Oude wijn verdient respect

Tijdens mijn research voor een langlopend project stuitte ik onlangs op een hoogst interessante publicatie in NRC Handelsblad. Een oud stuk, daterend van 8 juni 2000. Onder de kop ‘Beestachtige wijntjes’ beantwoordde wijnkenner Lucette M. Faber vragen van lezers. Prangende vragen, waar de abonnees soms al jarenlang mee zaten.

Bijna op de kop af twintig jaar later levert het stuk vermakelijke inzichten op. Zo moest ik weer even wennen aan het feit dat er een tijd geweest is dat prijzen van producten in guldens werden weergegeven. Een tijd waarin ook alles een heel stuk minder doorzichtig was dan tegenwoordig: internet stond nog in de kinderschoenen. Googlen deed vrijwel niemand. De bridgende en televisie mijdende lezers van de NRC al helemaal niet.

Een van de lezers die zich tot Lieve Lucette wendden wilde bijvoorbeeld weten hoe je het beste een wijnkelder kon opbouwen in de tropen. Een andere abonnee vroeg zich af hoe het toch kwam dat wijnen uit Cahors zo duidelijk naar woestijnzand smaakten.

Een van de brieven raakte mij persoonlijk. Hij bleek afkomstig van een lezer die ooit een aantal flessen uit een erfenis had gekregen. In zijn kelder lagen onder meer een Château Haut-Brion uit 1967, een Château Crozet Bages uit 1952, een Château Mouton-Rothschild 1972 en een Chambolle-Musigny uit 1986. Wat moest hij ermee? Ze op goed geluk ontkurken? Of deed hij er beter aan ze weg te geven aan een verzamelaar?

Hij had het, zo schreef hij, niet erg getroffen met de flessen die hij tot dusver had geopend. Een fles La Tâche uit 1967 had hij begin jaren ’90 al door de gootsteen gekieperd, net als de Lafite-Rothschild uit 1964. Beide wijnen smaakten – althans, zo meende hij zich te herinneren – naar azijn. Een fles Richebourg uit 1964 werd om diezelfde reden in het putje leeggeschud. Aan de fles Château Haut-Brion uit 1945, was hij niet eens begonnen. De kurk en het lood waren zodanig beschadigd, dat zoiets geen enkele zin had, redeneerde hij.

Helaas had Lucette M. Faber niet veel goeds voor hem te melden, noteerde ze in haar antwoord: de Chambolle-Musigny was – voor zover ze het kon inschatten – een voltreffer. Voor de Haut-Brion uit 1967 en de Château Mouton-Rothschild uit 1972 daarentegen, moest het ergste worden gevreesd: ze waren hoogstwaarschijnlijk ‘om’, aldus de wijnexpert. Een opmerkelijke taxatie, want nu we alweer bijna twintig jaar verder zijn, leveren de flessen al snel zo’n 300 euro op. Per stuk!

Op Facebook kom ik naar aanleiding van oude, toevallig opgeduikelde keldervondsten geregeld adviezen tegen van ‘experts’ die met de grootst mogelijke stelligheid beweren dat een wijn van 25 – 30 jaar oud niet meer drinkbaar is. De bezitter doet er derhalve goed aan om het spul ofwel door de gootsteen te gooien of er de goulash mee aan te maken.

Telkens als ik zoiets lees, moet ik mijn uiterste best doen mijn kalmte te bewaren. ‘Gootsteen?’, fluister ik dan verontwaardigd. ‘Dat je het zelfs maar in de hoofd haalt een dergelijke suggestie te doen!’

Zelf drink ik geregeld oude wijnen. Wijnen waarvan in de leerboeken van de vinologenopleiding staat dat je ze vijf, hooguit tien jaar kunt bewaren. Daarmee hebben ze hun beste tijd gehad, zo wordt beweerd.

Het tegendeel is vaak eerder waar: wijnen worden, net als mensen, anders naarmate ze ouder worden: ze raken langzaam maar zeker hun jeugdigheid (fruitigheid) kwijt, maar ontwikkelen en passant zoveel mooie nieuwe kwaliteiten.

Een oude fles waarvan de kurk nog goed is, kan een bijzondere gewaarwording zijn: je proeft in veel gevallen pure wijsheid. Tijdens een nu al legendarische lunch in het kader van het 25-jarig bestaan van restaurant Da Vinci in Maasbracht, kreeg ik – nu zo’n anderhalf jaar geleden – schitterende wijnen van Château Léoville las Cases in het glas, daterend uit respectievelijk 1964 en 1946. Monumentale wijnen, met een afdronk die ik bij wijze van spreken nog altijd proef.

Je hebt dan als het ware een oldtimer, waarvan de kilometerteller ietsje is teruggedraaid.

Enkele maanden geleden trok ik thuis op goed geluk een fles Margaux uit 1966 open. Een wijn waarvoor de druiven werden geplukt op het moment dat ik mijn eerste stapjes zette. Zelfs de relatief eenvoudige Juliénas uit 1981 – volgens een vermelding op de achterkant ooit aan Maastrichtse wijnliefhebbers verkocht om de plaatselijke carnavalsvereniging De Tempeleers te ondersteunen – bleek nog fenomenaal.

Zelden maak ik het mee dat een wijn tekortkomt. Zelfs als dat wel geval is er geen enkele reden om hem respectloos te behandelen. Oude wijnen die aan bloedarmoede lijden, pep je heel gemakkelijk op. Bijvoorbeeld door er een beetje uit een soortgelijke fles uit een recent jaar bij te gieten: je hebt dan als het ware een oldtimer, waarvan de kilometerteller ietsje is teruggedraaid.

Oude wijnen worden soms wat vergeetachtig… net als oude mensen. Maar ze leven nog. En dat leven is vaak nog zeer de moeite waard.

Keren we nog even terug naar de dramatische erfenis van de onfortuinlijke lezer: een fles Domaine de la  Romanee-Conti La Tache Grand Cru 1967 levert tegenwoordig zo’n 2000 euro op, net als de Domaine de la Romanee-Conti Richebourg Grand Cru uit 1964.

En de fles Château Lafite Rothschild uit 1964? Die wordt voor iets minder verkocht, maar nog altijd voor een bedrag dat schommelt tussen de 600 en 1200 euro. Tot slot: laten we hopen dat de gootsteen aan het begin van de jaren ’90 enorm genoten heeft van de Château Haut-Brion uit 1945: een kapitaalkrachtige verzamelaar heeft er anno 2020 tussen de 5000 en 6000 euro voor over.

Goede wijn behoeft geen krans, maar oude wijn verdient respect.

show auteur

CHAPEAU TV

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Vraag je
lidmaatschap aan

Toetreden tot de Chapeau Community kan al vanaf €24,50 per jaar. Daarnaast kunt u kiezen tussen een welkomstkorting of een welkomstgeschenk.

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!
Of word lid van onze community.

Menu