Home > Culinair > De wijn waar Limburg trots op is

De wijn waar Limburg trots op is

Groot was de verontwaardiging toen afgelopen week bekend werd dat bierconcern Heineken had besloten dat de pilsproductie van Brand in Wijlre in 2024 stopt. Het volgens velen lekkerste pils van Nederland wordt in de nabije toekomst niet meer gebrouwen in Limburg, maar in Den Bosch en Zoeterwoude. Wat overblijft is een microbrouwerij voor speciaalbieren, waar vier medewerkers aan de slag kunnen.

Vooropgesteld: de aangekondigde sluiting is zuur voor de ruim veertig medewerkers en hun gezinnen. Maar de stelling dat Limburg daarmee een van zijn gastronomische iconen verliest, is maar ten dele waar. De brouwerij gaat immers door als duurzame microbrouwerij, inclusief proeflokaal, waarmee het aloude merk in feite meegaat met zijn tijd. De vraag naar kleinschalig gebrouwen speciaalbieren neemt overal ter wereld toe en dat is in Limburg niet minder het geval. Bovendien blijft het merk alom aanwezig in het straatbeeld. Het ligt in de lijn der verwachting dat het bekende logo overal zal blijven opduiken, bijvoorbeeld bij evenementen. Bij de Limburgse cafés waar Brand geschonken wordt, zullen ze wel gek zijn om het tapbier waar Limburg volgens een gevleugelde uitdrukking zo trots op is, te vervangen door een ander merk.

Aan de receptuur verandert niets. Bovendien blijft de smaak hetzelfde. ,,Die is niet te evenaren,” hoorde ik de afgelopen week in diverse cafés in het centrum van Maastricht. Daar hadden ze een Brand-delegatie – inclusief de welbekende nostalgische paardenkar – op bezoek in verband met de opening van het bockbier-seizoen. Er werd als vanouds geproost, waarbij het voortouw werd genomen door een vrolijke ‘Limburger’, die uit Leiden bleek te komen. Hij had, zo vertrouwde hij me toe, in het verleden serieuze pogingen gedaan om zich het Limburgs eigen te maken. Maar hoe hij ook zijn best deed: hij werd steevast uitgelachen. Een beeld dat schrijver dezes overigens maar al te goed herkent.

Wiskundig gezien kan het bijna niet anders of onder de talloze Limburgse ‘pilsliefhebbers’ die moord en brand schreeuwen om de ingreep van de Heineken-directie (getuige ook de niet altijd even fijnzinnige reacties op de social media), bevinden zich er velen die er geen moeite mee hebben dat de wijnen waarvoor ze in de supermarkt in de rij staan geproduceerd worden in het verre buitenland. In veel gevallen gaat het om landen als Australië, Argentinië, Zuid-Afrika en Chili. Daar maken ze naast een kleine hoeveelheid topwijnen – die gretig in het eigen land geconsumeerd worden door de happy few – vooral bulkwijn die bestemd is voor de export. Veel van het spul dat hier te lande is te vinden in met name supermarkten, komt voorts uit de slechtere delen van de Pays d’Oc, Puglia of Spanje. Laatstgenoemde ‘fabriekswijnen’ hebben weliswaar een iets minder lange reis achter de rug dan hun overzeese soortgenoten, maar dat maakt ze niet automatisch beter. Ze zijn weliswaar goed voor de omzet – ook in cafés en restaurants – maar hebben op geen enkele manier een relatie met de eigen regio.

Zelfs in ‘de meest bourgondische stad van Nederland’ moeten we nog altijd op veel plaatsen genoegen nemen met doorgaans weinig appetijtelijke ‘wijntjes’ uit verre oorden, waarvoor – zeker postcorona-  soms sans gêne 5,50 of 6 euro per glas gevraagd wordt. Waarom laten we ons dit aandoen en wordt de horeca niet wat beter in het promoten van onze eigen wijnen?

Natuurlijk, Limburgse wijn is nog altijd in zekere zin een schaars goed. De grote Nederlandse massa – laat staan het buitenland – ermee bedienen is uiteraard ondoenlijk. Toch is er meer dan genoeg voorhanden om het mooie ambachtelijke product een even prominente plek op de Limburgse drankenkaart te gunnen als het bier dat gewoon ‘van ons’ blijft, maar binnenkort enkel een paar honderd kilometer noordwaarts wordt gebrouwen. Op milieubewuste wijze bovendien, iets wat je van de bulkwijnen uit Verweggistan allerminst kunt zeggen.

Twee jaar geleden wierp ik op deze plek de vraag op waar het toen al brede assortiment aan Limburgse wijnen op de Limburgse borrelkaarten bleef. Waarom moesten we zelfs in een stad als Maastricht – nota bene in het hart van Europa – nog altijd op zoveel plaatsen genoegen nemen met laffe ‘wijntjes’ uit verre oorden?

Limburgse wijn is veel te duur om per glas te schenken, is een overweging die ik nog vaak hoor, zelfs nu we twee jaar verder zijn. Maar klopt die redenering wel? Waarom zou je op een terras in Limburg wel 6,50 euro betalen voor een acceptabele rosé uit de Provence en niet – ik noem maar een dwarsstraat – 7,50 euro voor een glas Apostelhoeve of Hoeve Nekum? Wijnliefhebbers die het kunnen betalen, hebben het er graag voor over; toeristen en dagjesmensen – waar de Limburgse horeca het in belangrijke mate van moet hebben – al helemaal.

Volgens mij ligt het antwoord voor de hand: veel horecaondernemers zijn nog altijd niet of nauwelijks op de hoogte van wat er leeft of speelt in Limburg Wijnland. Als ze het al weten, beschikken ze niet over de kennis – laat staan het enthousiasme of het juiste personeel – om het mooie spul ook aan de man te brengen. En hoezo te duur? Een mooi glas Limburgse wijn vormt al snel een opmaat naar een tweede, of zelfs een derde glas. Dat zoiets ook goed is voor de omzet, behoeft nauwelijks betoog.

Maar ach, misschien ligt het ook wel een beetje aan mezelf en loop ik te hard van stapel. Want er is wel degelijk sprake van een voorzichtige kentering. Het  aantal terrassen met een kaart waarop ten minste één mooie Limburgse wijn prijkt, neemt met een voorzichtig sukkeldrafje toe. Bij Bistro de Comedie in het hartje van Maastricht – de zaak met een van de mooiste terrassen van de Limburgse hoofdstad – trof ik de afgelopen maand een eigen huiswijn (‘Ozze’) aan (cépages: pinot gris, auxerrois, müller thurgau), die gemaakt bleek door Ruud Verstegen van Landgoed Overst Voerendaal. Fris, Perzik – Appel – Verfrissend, stond erbij.

De inderdaad prachtige wijn (‘Limburg, Nederland’) hield – althans op de kaart – dapper stand tussen grote klassiekers uit Sancerre, Meursault en Chablis. De prijs? Daarvan kon je hoegenaamd niets zeggen: 7,40 euro per glas en 35 euro voor een hele fles. Wat het allemaal nog veel leuker maakte: de fles was voorzien van een etiket met daarop een romantische afbeelding van het terras in kwestie.

Tijden veranderen. Het pils van het onverwoestbare Limburgse merk Brand wordt weldra elders gebrouwen, maar het blijft een Limburgs bier. Wijlre krijgt binnen afzienbare tijd een microbrouwerij, waar talloze Limburgers trots op zullen zijn, omdat er alle ruimte is voor nieuwe ‘gebrandmerkte’ streekproducten. Een deel van de pilsproductie mag dan uit Limburg verdwijnen, er komt steeds meer goede wijn voor in de plaats. Hopelijk ook in steeds meer Limburgse cafés.

De inderdaad verfrissende Limburgse ‘Ozze’ – letterlijk en figuurlijk de ‘huiswijn’ van Bistro de Comedie – deed het overigens prima bij het bord vol heerlijkheden uit het water. Uit het uiterlijk van de garnalen kon je opmaken dat ze allerminst gevangen waren in de Geul. Maar daar hoorde je die mooie zonnige nazomermiddag eind september niemand over.

show auteur

chapeau TV

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Vraag je
lidmaatschap aan

Toetreden tot de Chapeau Community kan al vanaf €24,50 per jaar. Daarnaast kunt u kiezen tussen een welkomstkorting of een welkomstgeschenk.

Iedere week het beste
van Chapeau?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!
Of word lid van onze community.